Güímar is een historisch stadje met zo’n 18.000 inwoners in het zuidoosten van Tenerife, grenzend aan de gemeenten Arafo, Fasnia en La Orotava. De westkant van de gemeente vormt de centrale bergrug van het eiland, met als hoogste punt Izaña, een belangrijk centrum voor sterrenkunde (en een van de oudste meteorologische observatoria van Spanje). In de omgeving liggen prachtige natuurroutes, waarop het landschap telkens abrupt verandert.
Güímar ligt in een vallei die volgens geologen is ontstaan door een oude lavastroom die tot aan zee reikte. In het kustgebied van de vallei zijn de sporen van de oude vulkaanuitbarsting nog duidelijk te zien; in de loop der tijd is daar een bijzonder landschap ontstaan dat een bezoek waard is. Wat dit gebied uniek maakt, is de constante zonneschijn: de vallei van Güímar telt de meeste zonuren van het hele eiland (3448,5 uur per jaar).
Het stadje heeft een lange geschiedenis, die vooral verbonden is met de Guanchen, een volk van Berberse afkomst dat rond 2500 v.Chr. op de Canarische Eilanden aankwam. Güímar was namelijk de residentie van een van de tien menceys (koningen) van Tenerife.
De economie draait op het toerisme, dankzij de prachtige landschappen en de beroemde piramides van Güímar, die zeker een bezoek waard zijn. Daarnaast zijn er tal van noemenswaardige historische gebouwen en bezienswaardigheden.
Naast de vallei en het historische centrum is ook de Puertito de Güímar de moeite waard, een klein en charmant haventje aan de oceaan.
Bezienswaardigheden: de Piramides van Güímar
Belangrijkste stranden in de omgeving: Playa del Puertito de Güímar, Playa de la Entrada, Playa de la Viuda en Playa de Samarines (ook wel Playa de los Guanches); allemaal stranden met het kenmerkende zwarte zand.




